LammerGierFonds

Behoud en Bescherming van de Lammergier en zijn Habitat

Tijmblauwtje in de Pyreneeën en biodiversiteit: blauwtjes, baardgieren en boeren

Tijmblauwtje in de Pyreneeën

 

BIODIVERSITEIT: BLAUWTJES, BAARDGIEREN EN BOEREN

Inleiding

Het belangrijkste is dat ik schrijf over het recent geopende micro-reservaat in de Pyreneeën voor de Maculinea arion. Of heet hij nu weer anders? Ik doe hier een foto van hem bij, dan is het voor u duidelijk: het is het Tijmblauwtje. En dat ik schrijf over het nieuwe spaanse vlinderstudiecentrum.

De entomoloog en het vlinderstudiecentrum

Bij mijn bezoek aan Enrique Murria, de entomoloog die dit micro-reservaat begeleidt, raakte ik geboeid door de Snuitvlinder. Zo’n vreemd mierenetervormig vlindertje dat bij de boom Celtis australis hoort. Enrique wees mij ook de betreffende boom aan. Ik werd ook enthousiast over het project van de overheid van Aragon: Enrique woont in een voormalig verlaten gehucht aan het eind van een zandweg in de heuvels aan de voet van de Pyreneeën, een klein uur rijden vanaf het micro-reservaat.

Vlinderstudiecentrum Aineto

Het gehucht is door Aragon opgekocht en de huizen zijn ter bewoning uitgegeven aan enthousiastelingen op voorwaarde dat zij de huizen in de oorspronkelijke stijl restaureren en permanent bewonen. Het lijkt er nu wel een commune, in de goede zin van het woord. En ik heb met verbazing en bewondering de uitgebreide wetenschappelijke collectie van Enrique bekeken, voornamelijk van micro’s, maar ook veel nacht- en dagvlinders. Rond zijn huis, zo vertelt hij, vliegen veel nachtvlinders. Een daarvan zou ik dolgraag willen zien, de sprookjesachtige Isabella graelsii. Maar die vliegt nu, in juli, niet. Ik moet vooral vermelden dat hij van het enorme huis tevens een vlinderstudiecentrum voor leken en professionals wil maken. Vrijwilligers van Zerynthia, de spaanse vlinderstichting, helpen in de zomer van 2010 bij de restauratie van het huis. In 2011, is het studiecentrum klaar en open voor iedere vlinderliefhebber. U vindt het gehucht, Aineto, opzij van de weg langs de Guarga tussen Boltaña en Lanave bij Sabiñanigo: Enrique Murria-Beltrán, C/Félix Rodriguez de la Fuente, n. 1, 22623 Aineto (Huesca), Spanje, entomomurria@hotmail.com

Terug naar het micro-reservaat bij het Biologisch Station Monte Perdido

Steeds meer kom ik erachter welke waardevolle natuuronderzoekers Spanje kent: de weg waaraan Enrique woont is genoemd naar een wel heel bekende natuuronderzoeker, publicist en maker van documentaires, Félix Rodríguez de la Fuente, die in 1980 is omgekomen toen het vliegtuigje waarmee hij in Alaska opnamen maakte, verongelukte. Zijn dochter Odile zet zich nu bijzonder actief in voor natuurbescherming. Dit brengt mij met en sierlijke boog terug tot het belangrijkste onderwerp van dit artikel: het Biologisch Station Monte Perdido in de Pyreneeën met haar directe omgeving waar het micro-reservaat voor het Tijmblauwtje wordt ingericht. Het verband zit zo: Odile is lid van de wetenschappelijke adviesraad van de FCQ, de spaanse stichting voor de bescherming van de Lammergier – mijn favoriete vogel – die het beheer voert van het biologisch station waar het micro-reservaat is. Het biologisch station is gevestigd in een gerestaureerd huis in Revilla (ook in de provincie Huesca in Spanje, niet ver van Aineto) waaraan ik geld heb gedoneerd via de nederlandse stichting LGF en waarvan ik dankzij voorwaarden bij de schenkingsakte, een bescheiden eigen gedeelte mag gebruiken. Ik kan het u aanraden: doneer, bij leven, notarieel aan een goed doel en je kan, bij leven, nauw betrokken raken bij de activiteiten die je steunt. En zeker in deze tijd slaan de bezuinigingen ook in Spanje toe: de regering Aragon zal in 2012 de subsidie aan de spaanse Lammergierstichting de FCQ, halveren! De FCQ zoekt nu ook in Nederland sponsors, want de Europese Unie heeft de deur voor rechtstreekse sponsoring van buitenlandse stichtingen recentelijk open gezet..

Habitat

Het biologisch station in Revilla ligt op 1200 meter en is er ten behoeve van de Lammergier en vooral zijn habitat. Professionele natuurbeschermers komen er samen; cursussen natuurbescherming en biodiversiteit worden er gegeven vanuit de universiteit van Zaragoza; het is inmiddels een van de vogelringstations van Spanje geworden, het enige in de Pyreneeën; het is de uitvalsbasis voor de werkers van de FCQ voor de Lammergier in de bergen; en nu is er in de bergwei bij het huis een begin gemaakt met de inrichting van een micro-reservaat voor het Tijmblauwtje.

Wat heeft het Tijmblauwtje met de Lammergier gemeen?
Het Tijmblauwtje hoort bij de habitat van de Lammergier. Ik zal proberen uit te leggen hoe nauw de band is tussen deze twee, of liever hoe groot hun gemeenschappelijk belang is bij de extensieve veehouderij in de Pyreneeën. U weet dat uit bezorgdheid over de verspreiding van veeziekten het in Europa verboden is de karkassen van vee op stortplaatsen in de open lucht te dumpen. In Spanje zijn de talrijke “muladares” buiten de dorpen gesloten. De Europese regels zijn inmiddels weer soepeler maar toch, voor de Lammergieren en andere aaseters is er nog steeds een tekort. Dat komt ook omdat er steeds minder kudden schapen en koeien in de bergen zijn, want het is steeds moeilijker extensieve veehouders te vinden. Langzamerhand dringt het besef door dat die kudden nodig zijn voor het behoud van de natuur in de Pyreneeën, die al duizenden jaren door die kudden in balans is. Ik ben in verband met het Tijmblauwtje op de term plagio-climax gestuit: het vee houdt de bebossing tegen, stopt het natuurlijke proces, ook op de weiden die lager liggen dan de alpiene weiden, zoals in Revilla. Het vee zorgt dat daar in de lente, voordat ze hogerop naar de alpiene weiden gaan, het gras kort genoeg blijft voor de mieren die belangrijk zijn voor het Tijmblauwtje. Als het gras in de lente hoger dan 5 cm zou worden, bereikt de zonnewarmte het mierennest niet en verdwijnen of sterven de mieren, samen met de rupsen en poppen van het Tijmblauwtje waaraan zij die winter onderdak hebben verleend.

Rol van de schaapherder en weide-eigenaren

De naaste buurman van het biologisch station -zo’n 200 meter lager- is Feliciano Sésé, extensief schapenhouder en fokker van oude, autochtone, schapen- en geitenrassen. Zijn kuddes grazen in de lente op de weitjes bij Revilla. Hij is dan ook de sleutelfiguur voor het micro-reservaat. De vlinderstichting Zerynthia en de spaanse beheerder van het biologisch station, de FCQ, hebben een sponsor gevonden (Ambar Green, een alcoholvrij bier) om een begin te maken met het micro-reservaat: er is nu een smal plankenpad gemaakt, met twee reeksen houten treden, een voor omhoog en een voor omlaag, over de sterk hellende wei naast het huis; en er staat een informatie-bord over het Tijmblauwtje. De bedoeling is, zo vertelt Enrique, om de grotere helling beneden het huis, er bij te betrekken, ook met informatie en een smal zigzag pad. Die wei is gedeeltelijk dichtgegroeid met vlier, buxus, bramen en brandnetels. Vrijwilligers (weer Zerynthia) zullen dat gedeelte weer vrij maken voor het vee, de mieren en de vlinders, mits de eigenaren, de erfgenamen van de dorpsbewoners, die al veertig jaar geleden het dorp verlaten hebben, ermee instemmen. Een andere wei, eerst van de kerk, inmiddels van de gemeente, bij de ingang van het dorp, lijkt ook gunstig. Er is een student voor zijn doctoraal geologie bezig geweest de plekken vast te leggen waar het Tijmblauwtje werd gesignaleerd en er een geologische identiteit aan te geven. Hij heeft daartoe de Oregano planten gemarkeerd waarop de eitjes werden afgezet. Een botanicus zal een inventarisatie maken van de flora in de betreffende bergweiden en hun omgeving. Enrique Murria heeft een inventarisatie gemaakt van de dagvlinders van Revilla en heeft de vangst in 2010 aan nachtvlinders en micro’s onderzocht en gecatalogiseerd, om toe te voegen aan de lijst die hij al van Revilla 2009 heeft. Het zijn meer dan honderd nieuwe vangsten. Het is een rijk gebied, zegt hij. De lijsten kan ik u toesturen.

De beschermende nabijheid van het Nationaal Park

Met alle nieuwe gegevens proberen wij ons in te zetten voor de bescherming van deze weiden . De grens van het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido is er niet ver vandaan en er zijn al vergevorderde plannen om de grens uit te breiden zodat Revilla binnen het Park komt te liggen. Betere bescherming tegen inbreuk van toerisme, wegen- en huizenbouw is in Spanje niet te vinden. Het allerbeste zou zijn als de nog vage plannen van samenvoeging van de franse en de spaanse Nationale Parken tot een Europees beheerd Internationaal Pyreneeën park een feit zou worden. De spaanse economische malaise rukt en trekt intussen aan de randen van het park.
In Catalonië, bij het dorpje Aneto, wordt voor inkomsten uit de toeristenindustrie, een golfterrein gepland juist in het gebied waar zich de enige populatie Lycaena helle in Spanje bevindt. Dit gebied ligt in een ‘parque natural’ en valt veel gemakkelijker ten prooi aan de commercie dan een gebied in een nationaal park. De beschermde status van de vlinder is dus op zichzelf niet genoeg.

Maar ook nationale parken slaan de plank weleens mis. Enrique vertelt mij over het Nationaal Park Ordesa waaruit bij de oprichting -dat moet dan zo’n ruim tachtig jaar geleden zijn geweest- alle kudden schapen en koeien verwijderd zijn. Nu komt men tot het inzicht dat extensieve begrazing nodig is voor het behoud van biodiversiteit, ook binnen het Park. In de tijd van het jaar dat ik er was, juli, zag ik hoe de nog open stukken van het Park en omgeving gekoloniseerd worden door een soort stekelbrem dat in stevige bollen

Echinospartum horridum

groeit, die felgeel oplichten tegen de donkergroengrijze hellingen: Erizón, “egelbrem”, Echinospartum horridum (Vahl) Rothm. Het vormt een barrière tegen erosie, maar verschijnt ook op plaatsen waar geen gevaar voor erosie bestaat en is daar niet uit te roeien. Het verdwijnt alleen daar waar de hoeven van het vee de jonge plantjes gestaag vertrappen; anders treedt er bebossing op doordat boompjes tussen de Erizón kunnen ontspruiten en op den duur dichte bossen vormen. Voor biodiversiteit een slechte zaak. Gelukkig zijn er nu weer kudden in het Park, zij het nog wel als proef.

In kort bestek heb ik u veel willen vertellen. Daarbij ging ik er vanuit dat u al iets weet over dag- en nachtvlinders, over micro’s, over aaseters zoals Lammergieren, over planten zoals Oregano en Erizón, over Europese regelgeving, over extensieve veehouderij, over blauwtjes en mieren, en over het rijke vlinderland Spanje. Het vogelkijken zit mij langer in het bloed dan het vlinderkijken, maar in Spanje raakte ik geboeid door vlinders. Graag praat ik met spaanse vrienden over vogels, en dus tegenwoordig ook over vlinders. Het lukt mij alleen als ik de wetenschappelijke namen weet. Ik ondekte dat de tweede naam, de soortnaam, daarbij belangrijker is dan de geslachtsnaam. Ik praat dan bijvoorbeeld over het verschil tussen de … lycaon en de …. lupinus. In dit artikel heb ik u dus mogen vertellen over de … arion, de … barbatus én de … sapiens bucolicus met zijn kudden.

Elisabeth Portheine
LammerGierFonds LGF

3 reacties

  1. ach mevrouw, mag de natuur dan nergens zijn gang meer gaan? Kan de bescherming van lammergier en tijmblauwtje echt niet zonder te gaan boeren in een nationaal park? Het is de polder toch niet?Als bomen, met behulp van ‘egelbrem’ eindelijk de alpenweiden heroveren die al eeuwen door de mensen zijn ingepalmd, past een applaus voor de kracht van de natuur in plaats van een alarmkreet. Of we moeten in plaats van over een natuurreservaat voortaan spreken over een ‘openluchtmuseum van traditionele landbouwpraktijken.’ Laten we eens een béétje geduld hebben, en binnen enkele tientallen jaren eens -laten- kijken wat de natuur ervan gemaakt heeft. Zouden gemzen en marmotten zonder de concurrentie van vee niet voor microreservaatjes voor uw geliefde tijmblauwtje zorgen? En wie weet wel voor wolven- en berenvoer, met knokenresten voor die mooie baarddrager.
    met vriendelijke groeten,
    sancho (ja, die van de vroegere ijsjeszaak)

    • Elisabeth Portheine

      23 september 2011 at 12:14

      Hallo Sancho,

      Ach ja, U bent niet de enige die dat wel zou willen, dat de natuur paradijselijk haar gang kan gang, niet alleen in de parken. Maar de mensheid infiltreert, de natuur krijgt langzamerhand nergens meer voldoende ruimte voor paradijselijke ontwikkeling, en ik schaar mij graag bij degenen die nog wel ruimte weten te maken om delen van de natuur te behouden. Ik voeg op de website een artikel over het begrip plagioclimax toe, over de invloed van de mens door de eeuwen heen op de natuur. Vriendelijke groet, Elisabeth

  2. Ode aan deze geweldige plek. We hebben 23 jr terug vanuit het verlaten gehucht een bergtocht van 3 dgn ondernomen. Chris en ik organiseerden in die tijd overlevingstocht en voor Outward boundschool, Nederland. Als dank mocht ik in vanuit zijn huis in Revilla onze wandeltocht doen. Woont Chris er nog? Ik ben zijn pad en adres in België zoekgeraakt door het opzet- ten van mijn bedrijf http://www.basisbalans.nl Ik hoop dat hij zijn blokhut daar nog vaak bezoekt.
    Zomer 2014 kom ik w.s. met twee andere vlinderliefhebsters langs. Is de weg er naar toe nog begaanbaar voor mijn Nissan Almira? Ik wens jullie nog ’n schapenkudde toe en fijne mensen die willen helpen of anderzijds een finaciele bijdrage leveren.
    liefs, Roos Crama

Geef een reactie

© 2018 LammerGierFonds

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

Site by Pharéo | Hosted on The Permanently Moving Network