<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:georss="http://www.georss.org/georss" xmlns:geo="http://www.w3.org/2003/01/geo/wgs84_pos#" xmlns:ymaps="http://api.maps.yahoo.com/Maps/V2/AnnotatedMaps.xsd" >

<channel>
	<title>LammerGierFonds</title>
	<atom:link href="http://lammergierfonds.org/nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://lammergierfonds.org</link>
	<description>Conservation and Protection of the Bearded Vulture and its Habitat</description>
	<lastBuildDate>Tue, 14 May 2013 13:11:47 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
		<item>
		<title>Blauwtjes in Spanje, vroeger en nu; WWF artikel 1990 vertaald.</title>
		<link>http://lammergierfonds.org/2011/09/23/blauwtjes-in-spanje-vroeger-en-nu-wwf-artikel-1990-vertaald/</link>
		<comments>http://lammergierfonds.org/2011/09/23/blauwtjes-in-spanje-vroeger-en-nu-wwf-artikel-1990-vertaald/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Sep 2011 11:06:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elisabeth Portheine</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://lammergierfonds.org/?p=279</guid>
		<description><![CDATA[Van 23 tot 30 juli 2009 werden in Revilla (Huesca, Spanje), in het Biologisch Station Monte Perdido EBMP, voor de vierde keer de Nationale Dagen van de Lepidopterologie gehouden, georganiseerd door &#8220;Zerynthia&#8221;, de Spaanse vereniging voor de bescherming van vlinders en hun habitad . Daarbij werd het besluit genomen te bevorderen dat van het EBMP, [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Van 23 tot 30 juli 2009 werden in Revilla (Huesca, Spanje), in het Biologisch Station Monte Perdido EBMP, voor de vierde keer de Nationale Dagen van de Lepidopterologie gehouden, georganiseerd door &#8220;Zerynthia&#8221;, de Spaanse vereniging voor de bescherming van vlinders en hun habitad . Daarbij werd het besluit genomen te bevorderen dat van het EBMP, het Biologisch Station Monte Perdido, en omgeving een microreservaat wordt gemaakt voor het bedreigde Tijmblauwtje, Maculinea arion. Bij dat besluit was ook de schaapherder aanwezig die zijn schapen op de flanken van de Monte Perdido extensief laat grazen rond het EBMP en hoger, op de berghellingen in en buiten het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido. Er zijn inmiddels sponsoren gevonden en kleine overheidssubsidies verkregen om het microreservaat handen en voeten te geven. Een begin is gemaakt met informatie-materiaal over de M. arion voor het publiek dat het EBMP of het Ecomuseum in het nabijgelegen stadje Aínsa bezoekt. Verder is er een vlinderobservatiepad gemaakt op de helling naast het EBMP met uitleg voor bezoekers.<span id="more-279"></span><br />
Bij die jaarvergadering hield de president van het Spaanse Wereldnatuurfonds een voordracht en deelde de uitgave ACCION MARIPOSA 1990 uit, over vlinderbescherming in Spanje, waarin o.a. te lezen viel waarom de aanwezigheid van de schaapherder bij deze jaarvergadering zo belangrijk was. Lees de volgende vertaling.</p>
<p>Elisabeth Portheine</p>
<p>LYCAENIDAE IN SPANJE<br />
Vliegende scherfjes azuur</p>
<p>De Lycaenidae vormen een familie die in Spanje een bijzonder interessant beschermingsprobleem oplevert. Aan de ene kant is dit het geval doordat het aantal endemen zo groot is, aan de andere kant doordat alle mogelijke bedreigingen op de loer liggen.<br />
De blauwtjes, gangbare benaming voor deze groep die ongeveer 70 soorten telt in Spanje, zijn vlinders die in veel gevallen blauw en in alle gevallen klein zijn en nerveus zigzaggend laag boven de grond rondvliegen. Men kan ze vaak bij zogeheten drinkplaatsen zien, plekken met vochtige klei- of zandgrond waar ze zich verdringen speciaal om water op te nemen dat rijk is aan sodium, potassium en andere essentiele elementen.</p>
<p>ENDEMISCH</p>
<p>Zoals wij al eerder opmerkten, het endemisch karakter -d.w.z. dat ze alleen voorkomen in een bepaald gebied, in dit geval Spanje of deelgebieden daarvan- van enkele van deze soorten is hetgeen aan deze familie een hoge beschermingswaarde verleent.<br />
Het grootste deel van de blauwtjes in Spanje kwam in de Pyreneeën terecht in de periode na de ijstijd, gebonden als ze nog steeds waren aan een omgeving met een koud klimaat. Bij het terugtrekken van het ijs en het stijgen van de temperatuur, bleven veel van deze vlinders hier vliegen als bewoners van bergen waar de omstandigheden doen denken aan die waaronder zij oorsponkelijk leefden. Zo hebben zij zich in het isolement van de bergen ontwikkeld langs eigen lijnen, door zich aan iedere concrete situatie aan te passen zonder te mengen met hun soortgenoten in gebieden dichtbij of verderweg. In de loop van de tijd ontstonden soorten en ondersoorten die exclusief zijn voor het iberisch gebergte en enkele zeer lokale massieven en bergruggen.</p>
<p>SCHAARS</p>
<p>Het verschijnsel isolement heeft gemaakt dat er enkele soorten blauwtjes zijn ontstaan die heel weinig voorkomen, omdat ze onder zulke zware omstandigheden leven dat hun extreme aanpassing daaraan alleen weggelegd is voor een stabiele en kleine, uiterst gespecialiseerde populatie, zoals het geval is met de soorten die de biotopen van het hooggebergte of van woestijngebieden bevolken.<br />
Maar misschien is het meest bijzondere en attractieve aspect van deze talrijke vlinderfamilie gelegen in hun uiterst verfijnde aanpassingen aan, en co-evolutie met, diverse biologische verschijnselen, onder andere hun verbintenis met mieren, hun nauwe associatie met barre omgevingsfactoren en hun afhankelijkheid van een omgeving die ontstond door het traditioneel gebruik van het land door de mens.</p>
<p>MIEREN EN &#8220;MIERENVLINDERS&#8221;</p>
<p>Er zijn enkele soorten blauwtjes die in het spaans mierenvlinders worden genoemd: het Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon), het Tijmblauwtje (Maculinea arion), het Pimpernelblauwtje (Maculinea teleius), het Donker pimpernelblauwtje (Maculinea nausithous). Ook al corresponderen benamingen vaak met de subjectieve smaak van de naamgever, in dit geval is de benaming mierenvlinder meer dan terecht, hoewel strikt genomen er meer soorten zijn die deze naam verdienen. Volgens deskundigen zijn er daadwerkelijk meer dan vijftig soorten blauwtjes op het Iberisch Schiereiland die een bepaalde relatie met mieren hebben gedurende hun rupsenstadium.<br />
Deze relatie berust op het &#8220;melken&#8221; dat de mieren doen bij de rupsen om de zoete vloeistof te verzamelen die voornamelijk door de zogenaamde klieren van Newcomer wordt afgescheiden en uitsluitend bij de Lycaenidae voorkomen[in ruil waarvoor de mier zorgt dat de rupsenpredatoren, zoals de sluipwesp, op afstand blijven].<br />
De eenvoudigste band bestaat er alleen maar uit dat de mieren het zoete product van genoemde klieren van de rupsen tot zich nemen .<br />
Een volgende stap in complexiteit van relatie impliceert dat de rupsen niet alleen &#8220;gemelkt&#8221; worden maar ook door de mieren vervoerd worden naar voedselplanten dichterbij het mierennest, om de taak van het toezien op, en het melken van, de &#8220;veestapel&#8221; te vergemakkelijken. Daarbij is het opmerkelijk dat de hoornlaag van deze rupsen bijna 35 maal zo dik is als van de overige vlinderrupsen, om hen te vrijwaren van schade als de mieren, met hun gasten in de kaken geklemd, hen naar dichtbij het nest versjouwen.<br />
En tenlotte, de hoogste graad van verbondenheid tussen beide insecten vormt een geval van waarlijk parasitisme van de vlinder op de mier, zoals uit recente studies is gebleken. Na de derde vervelling zakt de rups af naar de grond en daar weet hij de mieren te &#8220;bedotten&#8221; dankzij een allomoon (een speciaal soort hormoon) waarmee de rups zich voordoet als mierenlarf, waardoor de mieren hem opnemen en naar het binnenste van het mierennest brengen, waar hij het zwaarste seizoen wat betreft weersomstandigheden doorbrengt met het eten van de mierenpoppen zonder dat de mieren het bedrog merken. Het is ongetwijfeld een uiterst bijzonder geval van fysiologische en gedragsmatige aanpassing om het probleem van het winterseizoen op te lossen op deze heel bijzondere en in het dierenrijk ongebruikelijke manier.<br />
Zo brengt de rups de herfst, de winter en het begin van de lente door in de warme bescherming van het dichtbevolkte mierennest, waar de popvorming en de ontwikkeling tot volwassen exemplaar plaatsvindt. Als vlinder kruipt hij door de tunnels en gangen naar buiten om daar de pas uitgekomen vleugels uit te vouwen in de zachte voorjaarszon.</p>
<p>De hierboven beschreven banden zijn specifiek voor bepaalde vlinders en bepaalde mieren. Daarom is het voor de instandhouding van de populatie van een bepaald blauwtje nodig de omgevingsfactoren in stand te houden, die juist die mierensoort laten voortbestaan die nodig is voor dat bepaalde blauwtje.</p>
<p>HOGE BERGTOPPEN EN SCHROEIENDE WIND</p>
<p>Zowel in de hoogste bergen van Spanje als in de schraalste woestijnachtige gebieden, vinden wij vlinders van de Lycaenidae familie.<br />
De alpiene toendra-landschappen in de Pyreneeën en de Sierra Nevada herbergen, als kostbare juweeltjes van de schaarse fauna aldaar, deze smetteloos gekleurde vlindertjes. Daar waar de bodem hard en het klimaat meedogenloos is, leven vlinders die voor verzamelaars hoogst begerenswaard en voor de wetenschappers hoogst aantrekkelijk zijn; vlinders die hun bestaan danken aan een vegetatie die soms zelfs nauwelijks te vinden is omdat de kou, de ijzige wind en de afwezigheid van grond maken dat de flora zich beperkt tot schaarse plantjes die nauwelijks een paar centimeters boven de grond uitsteken. Deze plantjes, die stoïcijns barre omstandigheden ondergaan, dienen ook nog eens als kraamkamer en voedselplant voor vlinders waarvan de wereldverspeiding zich beperkt tot deze kleine gebieden.<br />
Maar niet minder hard wat betreft omgevingsfactoren is het zuidoosten van Spanje. De authentieke woestijn- of steppengebieden van Almería en Murcia bieden een even exclusieve flora en fauna als de hoge bergtoppen.<br />
Van oorsprong afrikaans als zij zijn, vinden planten zoals de Zizyphus sp. (Christusdoornsoorten) hier het beste wat betreft habitat: grote hitte in de zomer en extreem droge wind vrijwel het hele jaar door. De Christusdoornsoorten bijvoorbeeld, zijn de voedselplant voor een ander juweeltje dat de blauwtjes ons te bieden hebben in Spanje: het Moors christusdoornblauwtje (Tarucus teophrastus), dat zich zoals gezegd beperkt tot het zuidoosten van Spanje en zich perfect aangepast heeft aan typisch afrikaanse omstandigheden.</p>
<p>DE BLAUWTJES EN DE MENS</p>
<p>Nu zullen we de werking onderzoeken van dat deel van de ecologie van de Lycaenidae, dat in onze ogen het meest merkwaardige en bijzondere is. Misschien is onze fascinatie alleen maar een bewijs te meer van ons gebruikelijk anthropocentrisme, want het verschijnsel waarover wij het hier gaan hebben vindt zijn directe oorzaak in de mens en zijn invloed op de natuur; maar tegelijkertijd is het een perfect voorbeeld van aanpassing van organismen aan het veranderend milieu en de didactische waarde ervan is ongetwijfeld te danken aan het feit dat men het op de menselijke tijdschaal -niet de individuele maar wel de historische- perfect kan zien gebeuren, wat werkelijk uitzonderlijk is voor een evolutionair verschijnsel.<br />
Zowel voor de leek als voor veel natuuronderzoekers is plagioclimax een nieuw en onbekend begrip. Wel, een toestand van plagioclimax is een toestand waarin het natuurlijk milieu in een bepaalde omgeving zich bevindt -hoofdzakelijk betreffende de samenstelling van de flora en de structuur van de vegetatie- die in evenwicht lijkt te zijn en zich niet in een of andere richting verder ontwikkelt, hetgeen te danken is aan de constante druk van een of andere omstandigheid, die, zoals gezegd, niet toelaat dat die toestand vooruit- of achteruitgaat in de reeks van spontane opeenvolgingen van natuurlijke vegetatiewisselingen.<br />
Een volwassen bos, bijvoorbeeld een eiken- of beukenbos in het noorden van het schiereiland, een pyrenees of andalusisch dennenbos, zijn in een toestand van climax, waar de stabiliteit het resultaat is van een natuurlijke ontwikkeling, die verscheidene vegetatie-reeksen doorlopen heeft en waar geen verdere ontwikkeling tot een bepaalde &#8220;hogere&#8221; biotoop plaats kan vinden.<br />
Zo zien we hoe het verschil tussen een toestand die echt het eindpunt of climax betekent en die het alleen maar lijkt te zijn, juist door die omstandigheid wordt uitgemaakt die zoals gezegd de schijn in stand houdt. Als het element van pressie verdwijnt, dan zou de natuurlijke opeenvolging van vegetatie voortgaan tot een toestand van echte climax.<br />
Plagioclimax is het type toestand waarin the meerendeel van de weidegronden en hooilanden verkeert niet alleen in Spanje maar in heel Europa (met uitzondering van de alpiene weiden), hetgeen goed duidelijk wordt op het moment dat het grazen of het maaien achterwege blijft -zoals gebeurd is bij de massale exodus van het platteland naar de steden in de 50-er en 60-er jaren in Spanje- en het struikgewas snel die stukken land binnendringt zodat die zelfs tot bossen kunnen uitgroeien als de mens honderd jaar geduld zou hebben.</p>
<p>Wij zullen een enkel geval bekijken ter illustratie van deze uiteenzettingen.</p>
<p>Maculinea rebeli. Een van de groep mierenvlinders, de Maculinea rebeli, het Berggentiaanblauwtje, is een van de voorbeelden waarmee men het best kan laten zien hoe een vlinder zich kan aanpassen aan omgevingsfactoren die door de mens geschapen zijn toen hij de natuurlijke bronnen van bestaan ging gebruiken en ontwikkelen.<br />
Deze vlinder leeft in weidegronden op gematigde hoogte in de Pyreneeën, ongeveer tussen 1200 en 1600 meter, waar de koeien doortrekken als zij in de lente naar boven gaan naar de hooggelegen weiden waar ze de zomer doorbrengen. De voedselplant van de rebeli, een gentiaansoort, maakt deel uit van deze weiden, en wordt door de koeien afgegraasd. Maar de plant regenereert nadat het vee is doorgetrokken; dat is het moment waarop het vrouwtje van onze vlinder de eitjes erop afzet, zodat aldus de pasgeboren rups zich al kan voeden met de gentiaan -die bijna een meter hoog zal worden-, als deze weer begint te groeien. Als het vee in de herfst omlaag komt zijn de rupsen van de vlinder al binnenin het mierennest waar zij de winter door zullen brengen en waar ze zowel aan de vraat van de herkauwers ontkomen als ook goed voorzien zijn van voedsel.<br />
Op het eerste gezicht lijkt het erop dat de vlinder niets te maken heeft met het vee omdat het de aanwezigheid van de gentiaan is die hem van een voortbestaan verzekert. Maar hier ligt de crux van de zaak: deze weidegronden worden kunstmatig in stand gehouden dankzij de begrazing -een van de toestanden van plagioclimax zoals hierboven beschreven-, waar anders eerst het struikgewas en daarna het bos zou binnendringen, zodat de gentiaan en met haar onze zeldzame vlinder zou verdwijnen.<br />
Zoals we zien, de biologische cyclus van de mierenvlinder is perfect aangepast aan de doortrek van het vee, en de tijdsafstemming tussen de begrazing van de weiden, de eileg, de ontwikkeling van de rupsen, en de groei van de gentiaan is een kwestie van een verfijnde harmonie, het product van de twee of drie duizend jaar aanpassing van het insect aan het gebruik dat de mens maakt van bepaalde biotopen. Ook moeten wij niet vergeten dat de echte beperkende factor voor de aanwezigheid van de vlinder de mieren zijn die de rups opnemen in hun nest en hem voeden gedurende de winter, terwijl, als de struiken de wei binnendringen en deze ophoudt te bestaan, de mieren de plek zouden verlaten en de vlinder zijn levenscyclus niet zou kunnen doorlopen.</p>
<p>Het Tijmblauwtje en de schapen.<br />
Het Tijmblauwtje (Maculinea arion) is een van de Lycaenidae die als zeldzaam wordt aangemerkt in Spanje; zijn overlevingskansen zijn afhankelijk van een combinatie van de twee factoren die wij hiervoor al beschreven hebben: de gebondenheid aan mieren en aan begrazing.<br />
Als bewoner in het noorden van Spanje van weidegronden en open bosplekken is het Tijmblauwtje voor zijn levenscyclus speciaal afhankelijk van de mieren die hem opnemen, in dit geval behorend tot één soort, althans in Spanje: de Myrmica sabuleti. Op zijn beurt heeft deze mier een erg schaarsbegroeid veld nodig om te overleven, omdat, zodra het gras langer wordt dan 5 centimeter, de temperatuur van de ondergrond enkele graden daalt, zodat de mieren hun plek verlaten en met hen onze vlinder verdwijnt.<br />
Wederom, de sleutel tot dit gecompliceerde verband begrazing-mier-vlinder is de mens, maar niet meer envoudigweg zomaar om de weidegrond in stand te houden, maar hij moet ervoor zorgen dat er een krachtige begrazingsdruk op uitgeoefend wordt &#8211; hetgeen typerend is voor begrazing door schapen-, zodat het gras precies zo kort blijft als nodig is voor de mier.</p>
<p>Onder de blauwtjes zijn soorten die typisch mediterraan zijn en merkwaardigerwijs bijna alle die tot deze categorie behoren en die in meerdere of mindere mate bedreigd zijn, leven in wat men &#8220;serale stadia&#8221; noemt, hetgeen de fasen zijn die voorafgaan aan de climax in de natuurlijke vegetatiewisselingen. In de huidige tijd komen die in het algemeen overeen met de degradaties, gewoonlijk veroorzaakt door menselijk ingrijpen, van zo&#8217;n climax stadium; in deze gevallen zijn dat de degradaties van bossen van zowel Steeneik als Pyrenese eik.</p>
<p>DE PROBLEMEN ROND DE LYCAENIDAE</p>
<p>De factoren die de populaties van enkele van onze Lycaenidae in gevaar brengen, zijn van diverse aard. De belangrijkste zijn: het verdwijnen van het traditionele landgebruik, de opkomst van het toerisme in al zijn vormen, ruimtelijk ingrijpen en de hoge kwetsbaarheid van bepaalde habitats.<br />
Over welke problemen het gaat is afhankelijk van de omgevingsfactoren en zo kunnen we de bedreigde Lycaenidae in enkele groepen verdelen:</p>
<p>In de eerste plaats is er een verzameling Lycaenidae van het hooggebergte, die in gebieden met climax vegetatie leven, en wel in heel barre omstandigheden, in de alpiene weiden van onze hoogste bergtoppen. Dat zijn vijf soorten: Lysandra golgus, Agriades zullichi, Agriades glandon, Agriades pyrenaica, en enkele ondersoorten van de Aricia morronensis.<br />
De twee eerste soorten zijn endemen van de Sierra Nevada , d.w.z. ze leven op geen enkele andere plek in de wereld; A. glandon is zowel in de Sierra Nevada als in de Pyreneeën te zien; A. pyrenaica leeft in de Pyreneeën en op enkele plekken in Cantabrië; A. morronensis is met enkele ondersoorten vertegenwoordigd in diverse bergsystemen.</p>
<p>Het Sierra Nevada kindje</p>
<p>Deze naam gaf men in het Spaans aan de L. golgus, een van onze kostbaarste entomologische juweeltjes. Zoals gezegd leeft het alleen in de Sierra Nevada, waar het maar op heel weinig plekken te zien is, altijd boven de 2500 meter. Men kan het zien vliegen boven leisteenhellingen, uitsluitend op Anthyllis vulneraria, de waardplant, en de ondersoorten die hier vliegen zijn op zichzelf weer endemen van deze bergen; diep weggekropen en omhuld door behaarde bladeren om zich tegen de ijskoude wind te beschermen, kan het sneeuwperioden van wel negen maanden doorstaan.<br />
Het Sierra Nevada kindje staat in de Appendix II van de Conventie van Bern, komt op de Rode Lijst van Iberische Lepidoptera voor als in zijn voortbestaan bedreigd en is voor de Europese Gemeenschap opgenomen als kwetsbaar in de lijst van Heath van bedreigde Lepidoptera van Europa .<br />
Wat is het gevaar dat thans deze unieke vlinder bedreigt? Voornamelijk de combinatie van twee factoren, die wij al eerder genoemd hebben: het toerisme, in dit geval het ski-toerisme, en de hoge kwetsbaarheid van de habitat.<br />
De grote specialisatie van de vegetatieve en dierlijke gemeenschappen van de alpiene weiden maakt hen noodlottig gevoelig voor veranderingen en wijzigingen in elk van hun levensomstandigheden. Thans is een deel van de habitat van deze soort verwoest voor de bouw van een sterrenkundig observatorium en een religieus monument aan de rand van een weg die door een deel van hun verspreidingsgebeid loopt, dat ook al ernstig bedreigd wordt door de ontwikkelingen die in gang zijn gezet voor het skiën in de Sierra Nevada, min of meer in samenhang met de in 1991 of 1995 te houden Wereldkampioenschappen (vond in 1996 plaats, noot vertaler).<br />
Het enige wat deze habitats met climax vegetatie nodig hebben om ze te behouden zoals ze nu zijn met heel hun kostbare levende have, is er niet aankomen, hen als een cerberus te bewaken tegen iedere menselijke ingreep. Het zijn soorten en populaties die niet beheerd hoeven te worden, die geen enkele maatregel behoeven, want hun omgeving is al &#8220;natuurzuiver&#8221;. Zij hebben alleen absolute rust en een onveranderlijk milieu nodig.<br />
Het soort maatregel als het gebied uitroepen tot Nationaal Park is het enige dat heden ten dage deze milieu-omstandigheden kan veiligstellen. Anders moeten we waarschijnlijk toezien hoe de populaties van zo&#8217;n exclusief vlindertje geleidelijk teruglopen totdat ze misschien geheel verdwenen zijn, en wij de unieke schoonheid ervan alleen nog in dode vitrines van musea kunnen zien. Blijven wij werkeloos toekijken?</p>
<p>Dit concrete geval is wat omgeving betreft representatief voor de groep waartoe dit blauwtje behoort &#8211; de Lycaenidae van het hooggebergte-, want de problematiek en de oplossingen voor de bescherming komen in alle gevallen overeen. Met andere woorden, de grote kwetsbaarheid van de habitat is het &#8220;zwaard van Damocles&#8221; dat boven deze soorten hangt, en, hoewel het gevaar in enkele gevallen niet zo onmiddellijk dreigt als in het gevl van de L. golgus in de Sierra Nevada, het enige wat het voortbestaan van deze soorten kan garanderen is om beschermde gebieden aan te wijzen die volledig gevrijwaard worden van elke menselijke interventie.</p>
<p>Een tweede groep is samengesteld uit vlinders die leven in wat hierboven &#8220;serale stadia&#8221; worden genoemd van mediterrane vegetatie, en die een erg complexe gemeenschap vormen, zowel op botanisch als op entomologisch niveau. Het zijn drie soorten: Iolana iolas, Cupido lorquinii en Plebejus pylaon.</p>
<p>De eerste leeft op verschillende plaatsen van noord naar zuid in mediterraan Spanje, de tweede alleen in sommige berggedeelten in Andalusië en de derde heeft van het midden tot het zuiden van het schiereiland populaties die behoorlijk lokaal zijn. Alle leven in gedegradeerde omgevingen, met een vegetatie bestaande uit zeer dicht struikgewas op arme zand- of steengrond.</p>
<p>In deze groep zien we dat Iolana iolas uit een kritieke fase omhoog klimt dankzij een langzaam maar voortschrijdend herstel van zijn voedselplant, de Europese blazenstruik (Colutea arborescens), dankzij het feit dat van deze niet langer het hout wordt gebruikt zoals vroeger, toen er houten lepels van werden gemaakt, of toen het gebruikt werd als stookhout of om de diverse wilde hondachtigen die de kuddes bedreigden, te verjagen door met de takken te schudden; dat maakt een karakteristiek geluid van rammelende droge peulen, vandaar zijn eigenaardige naam in het spaans: &#8220;Wolvenschrik&#8221;.<br />
Het grootste probleem bij de aanpak van de bescherming van deze soorten is misschien het gebrek aan kennis omtrent de essentiële vereisten die zij stellen; want, ook al weten we dat ze zonder problemen leven in gedegradeerde biotopen, wat wij nog niet weten is wat het is dat die biotopen zo in stand houdt. Wij denken dat een eerse stap moet zijn om enkele van die plekken tot beschermd reservaat te verklaren om te voorkomen dat bijvoorbeeld bouwprojecten worden ontwikkeld, en ervoor te zorgen dat het traditioneel landgebruik zoals begrazing, jacht etc. in stand blijft zodat er geen enkele inbreuk wordt gemaakt op de omstandigheden die thans de natuurlijke toestand bepalen. Als dat eenmaal is gebeurd, kunnen we bestuderen welke factoren de huidige toestand in stand houden en beschermingsprojecten opstellen met kennis van de oorzaken en van alle, ook de geringste, risico&#8217;s.<br />
De meest waarschijnlijke bedreiging van deze populatie is de ontwikkeling van bouwprojecten zoals dat het geval is geweest met de P. pylaon, waarvan enkele biotopen ontegenzeggelijk hebben geleden onder menselijke activiteit tengevolge van ruimtelijke ordening.</p>
<p>De laatste groep van bedreigde Lycaenidae wat habitat betreft, wordt gevormd door vijf soorten die gebonden zijn aan de weiden en open plekken in het bos in het noorden, die zoals eerder uiteengezet, corresponderen met wat we &#8220;plagioclimax&#8221; noemen. Dit zijn de volgende vlinders: Maculinea arion, M. alcon, M. nausithous, M. rebeli en Aricia nicias.<br />
De gevallen M. arion en M. rebeli, zie hierboven, zijn representatief voor het voornaamste gevaar dat deze soorten belaagt: het verdwijnen van het traditionale gebruik van weiden voor het begrazen en het hooien. Bovendien moeten ze in een bepaalde toestand zijn: onder hoge begrazingsdruk en hooifrequentie, zoals gedurende honderden of duizenden jaren tot op heden gebruikelijk was, hetgeen bepalend is voor de overleving van de onderhavige vlinders, mits ook -en dat is werkelijk allesbepalend- met de hulp van de met hen verbonden mieren die slechts op de weidegronden kunnen leven als de mens er het soort gebruik van maakt als hierboven weergegeven.<br />
In het algemeen vliegen de drie eerste soorten in hetzelfde gebied, maar er is een plek bij Santander waar alleen de M. alcon leeft, die het risico loopt door ontwikkeling van bouwprojecten te verdwijnen op middellange termijn, wat logischerwijs het einde betekent van zo&#8217;n populatie; ACTIE VLINDER (1990) houdt in dat daaromtrent bepaalde activiteiten worden ontwikkeld.<br />
Wat betreft A. nicias is het toerisme een van de andere recente bedreigingen, net zoals op andere plaatsen voor de M. rebeli geldt. Het instellen van reservaten die altijd klein van omvang zullen zijn, met extensieve veehouderij, zal voldoende zijn om de overleving van de populaties zeker te stellen.</p>
<p>Nu we de lijst van de blauwtjes waarvan het voortbestaan gevaar loopt, hebben bekeken gaan we ze rangschikken naar de mate van gevaar dat ze lopen, volgens de meest recente studies van deskundigen, hoewel het naderhand -bij het overleg over de Rode Lijst- kan zijn dat de categorizering voor enkele ervan niet klopt.<br />
-In gevaar: Maculinea arion, M. nausithous, M. rebeli, Lysandra golgus, Agriades zullichi, Aricia nicias en Iolana iolas.<br />
-Kwetsbaar: Cupido lorquinii, Agriades glandon en Plebejus pylaon.<br />
-Zeldzaam: Maculinea arion en Aricia morronensis.</p>
<p>INTERESSANTE GEBIEDEN VOOR DE LYCAENIDAE OP HET IBERISCH SCHIEREILAND<br />
Naar de mate waarin er een of meerdere bedreigde soorten Lycaenidae aanwezig zijn is er een lijst gemaakt van plaatsen die een of andere bescherming verdienen, in het algemeen gecombineerd met het beheer van de natuurlijke omgeving:<br />
Ordesa vallei. Heeft thans vier soorten bedreigde Lycaenidae. Er is extensieve veehouderij nodig in de vallei, om opnieuw de Maculinea arion en de M. rebeli te behouden die verdwenen zijn toen de veehouderij afgeschaft werd bij het instellen van het Nationaal Park. Met een uitbreiding van het park met enkele aangrenzende valleien zou de Agriades pyrenaicus bij het beschermde gebied inbegrepen zijn.<br />
Abejar (Soria). Vitaal belangrijk gebied voor M. nausithous. Er zijn verschillende weiden, elk van niet meer dan 1 ha. die gematigde begrazing nodig hebben. De burgemeester van de plaats heeft zich, via contact met ACTIE VLINDER, uitgesproken voor een beleid van bescherming van het gebied en vraagt ons al de beschikbare informatie.<br />
Sotillo del Rincón (Soria). M. nausithous en M. alcon veel voorkomend. Het zal nodig zijn om enkele weiden elk van minder dan 1 ha. te beschermen door de roterende begrazing in stand te houden. Zoals in het voorgaande geval hebben wij met de burgemeester van dit dorp gepraat, met hetzelfde resultaat.<br />
La Molina (Gerona). A. nicias en M. rebeli aanwezig. Er zal een reservaat van niet meer dan 10 ha. nodig zijn in open bosgebieden die in stand gehouden worden door middel van extensieve veehouderij.<br />
Puerto de Tarna (León). Hier vliegt de M. nausithous. Gebied van zo&#8217;n 10 ha. waar kunstmatig weiden in stand worden gehouden.<br />
Sierra de Elvira (Granada). Gebied met climax vegetatie waar I. iolas en P. pylaon vliegen op open bosplekken die in stand moeten blijven. In totaal niet meer dan 10 ha. in één enkel gebied.<br />
Loeches y Campo Rea (Madrid). Het zijn vier of vijf degradatie-gebieden met een totaal van zo&#8217;n 5 ha. waar I. iolas en P. pylaon vliegen.<br />
Valle de Arán (Lerida). A. nicias en M. arion vliegen er. Plagioclimax gebied dat matige druk van het vee nodig heeft. Enkele gebieden in verschillende dalen met een totaal van 10 ha.<br />
Sierra Nevada (Granada). Volgens de deskundigen, gebied met absolute prioriteit voor het behoud van de iberische Lycaenidae. Een hooggebergte-gebied van enkele honderden vierkante kilometers zou uitgeroepen moeten worden tot Nationaal Park. Zo zouden L. golgus, A. zullichi en A. morronensis ramburi beschermd worden, en een niet al te grote uitbreiding met andere vegetatie-niveaus zou ook I. iolas, C. lorquinii, P. pylaon en L. nivescens omvatten. Beheer is niet nodig, alleen eenvoudigweg rust.</p>
<p>Wat betreft de rest van de Lycaenidae familie, die naar men aanneemt zo&#8217;n 55 soorten omvat, zijn er veel andere gevallen waaraan aandacht besteed moet worden, hoewel niet met de urgentie van de soorten die wij besproken hebben.<br />
Bij voorbeeld L.nivescens en A. morronensis, die destijds als bedreigd in hun voortbestaan te boek stonden, hebben nu geen overlevingsproblemen meer, en worden alleen nog maar als zeldzaam genoteerd. Het zijn bewoners van bergen en een van de ondersoorten van de morronensis is misschien in wat precaire toestand daar het in de S. Nevada leeft, maar in het algemeen is de soort buiten gevaar.</p>
<p>Er is, tenslotte, een andere groep Lycaenidae die weinig bekend zijn, hetgeen in het algemeen te wijten is aan hun schaarse voorkomen, en die misschien geplaatst kunnen worden op de lijst van bedreigde soorten in het geval we meer details te weten komen van hun ecologie, habitat, exacte verspreiding etc. Daartoe zijn studies nodig zoals de studies die tot een goede kennis van zaken hebben geleid betreffende de bedreigde Lycaenidae die wij hier uitputtend behandeld hebben, hetgeen wij te danken hebben aan dr M. López-Munguira van de Autonome Universiteit van Madrid. Het zijn de weinigbekende Callophrys acis, Strymonidia pruni, Lycaena helle, Eumedonia eumedon en Tarucus teophrastus.</p>
<p>Vertaling uit het Spaans van &#8220;LYCAENIDAE, Diminutas voladoras azules&#8221;, artikel van Carlos Ibero in ACCION MARIPOSA p. 15-21, een uitgave van ADENA/WWF Spanje november 1990, ISBN 84-404-8123-3. Vertaler: Elisabeth Portheine.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://lammergierfonds.org/2011/09/23/blauwtjes-in-spanje-vroeger-en-nu-wwf-artikel-1990-vertaald/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	<georss:point>42.59884004692 0.14625549316406</georss:point><geo:lat>42.59884004692</geo:lat><geo:long>0.14625549316406</geo:long>	</item>
		<item>
		<title>Hulp voor de Spaanse beschermers van de Lammergieren</title>
		<link>http://lammergierfonds.org/2011/07/28/hulp-voor-beschermers-spaanse-lammergier/</link>
		<comments>http://lammergierfonds.org/2011/07/28/hulp-voor-beschermers-spaanse-lammergier/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Jul 2011 20:10:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elisabeth Portheine</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://lammergierfonds.org/?p=256</guid>
		<description><![CDATA[Wilt u zelf een steentje bijdragen aan de bescherming van de Lammergieren en hun leefgebied? Dan kunt u denken aan een gift bij leven, notarieel vastgelegd en aftrekbaar voor de belasting. &#160; Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Elisabeth Portheine via het contactformulier onder vermelding van &#8220;Informatie over gift bij leven&#8221;. &#160; &#160; [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Wilt u zelf een steentje bijdragen aan de bescherming van de Lammergieren en hun leefgebied? Dan kunt u denken aan een gift bij leven, notarieel vastgelegd en aftrekbaar voor de belasting. </strong></p>
<div id="attachment_100" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2009/03/img_326_gr.jpg"><img class="size-medium wp-image-100 " src="http://i1.wp.com/lammergierfonds.org/files/2009/03/img_326_gr.jpg?resize=300%2C199" alt="Spaanse onderzoekers bij het begin van jong leven" data-recalc-dims="1" /></a><p class="wp-caption-text">Spaanse onderzoekers bij het begin van jong leven. Een lammergier-ei is gered.</p></div>
<p>&nbsp;</p>
<p>Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Elisabeth Portheine via het <a href="http://lammergierfonds.org/contact/">contactformulier</a> onder vermelding van &#8220;Informatie over gift bij leven&#8221;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p><cite>&#8220;Mijn mooiste beloning is dat ik ingewijd ben in het leven van de lammergier.&#8221;</cite></p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://lammergierfonds.org/2011/07/28/hulp-voor-beschermers-spaanse-lammergier/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijmblauwtje in de Pyreneeën en biodiversiteit: blauwtjes, baardgieren en boeren</title>
		<link>http://lammergierfonds.org/2011/05/15/biodiversiteit-blauwtjes-baardgieren-en-boeren/</link>
		<comments>http://lammergierfonds.org/2011/05/15/biodiversiteit-blauwtjes-baardgieren-en-boeren/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 May 2011 14:14:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elisabeth Portheine</dc:creator>
				<category><![CDATA[Biologisch Station Monte Perdido]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Pyreneeën]]></category>
		<category><![CDATA[Tijmblauwtje]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://lammergierfonds.org/?p=218</guid>
		<description><![CDATA[&#160; BIODIVERSITEIT: BLAUWTJES, BAARDGIEREN EN BOEREN Inleiding Het belangrijkste is dat ik schrijf over het recent geopende micro-reservaat in de Pyreneeën voor de Maculinea arion. Of heet hij nu weer anders? Ik doe hier een foto van hem bij, dan is het voor u duidelijk: het is het Tijmblauwtje. En dat ik schrijf over het [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_222" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://i0.wp.com/lammergierfonds.org/files/2011/05/IMG_4953.jpg"><img class="size-medium wp-image-222 " src="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2011/05/IMG_4953.jpg?resize=300%2C225" alt="" data-recalc-dims="1" /></a><p class="wp-caption-text">Tijmblauwtje in de Pyreneeën</p></div>
<p>&nbsp;</p>
<p>BIODIVERSITEIT: BLAUWTJES, BAARDGIEREN EN BOEREN</p>
<h2><strong>Inleiding</strong></h2>
<p>Het belangrijkste is dat ik schrijf over het recent geopende micro-reservaat in de Pyreneeën voor de Maculinea arion. Of heet hij nu weer anders? Ik doe hier een foto van hem bij, dan is het voor u duidelijk: het is het Tijmblauwtje. En dat ik schrijf over het nieuwe spaanse vlinderstudiecentrum.<span id="more-218"></span></p>
<h2><strong>De entomoloog en het vlinderstudiecentrum</strong></h2>
<p>Bij mijn bezoek aan Enrique Murria, de entomoloog die dit micro-reservaat begeleidt, raakte ik geboeid door de Snuitvlinder. Zo&#8217;n vreemd mierenetervormig vlindertje dat bij de boom Celtis australis hoort. Enrique wees mij ook de betreffende boom aan. Ik werd ook enthousiast over het project van de overheid van Aragon: Enrique woont in een voormalig verlaten gehucht aan het eind van een zandweg in de heuvels aan de voet van de Pyreneeën, een klein uur rijden vanaf het micro-reservaat.</p>
<div id="attachment_225" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><a href="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2011/05/DSCN0427-1024x768.jpg"><img class="size-medium wp-image-225 " src="http://i0.wp.com/lammergierfonds.org/files/2011/05/DSCN0427-1024x768.jpg?resize=300%2C225" alt="" data-recalc-dims="1" /></a><p class="wp-caption-text">Vlinderstudiecentrum Aineto</p></div>
<p>Het gehucht is door Aragon opgekocht en de huizen zijn ter bewoning uitgegeven aan enthousiastelingen op voorwaarde dat zij de huizen in de oorspronkelijke stijl restaureren en permanent bewonen. Het lijkt er nu wel een commune, in de goede zin van het woord. En ik heb met verbazing en bewondering de uitgebreide wetenschappelijke collectie van Enrique bekeken, voornamelijk van micro&#8217;s, maar ook veel nacht- en dagvlinders. Rond zijn huis, zo vertelt hij, vliegen veel nachtvlinders. Een daarvan zou ik dolgraag willen zien, de sprookjesachtige Isabella graelsii. Maar die vliegt nu, in juli, niet. Ik moet vooral vermelden dat hij van het enorme huis tevens een vlinderstudiecentrum voor leken en professionals wil maken. Vrijwilligers van Zerynthia, de spaanse vlinderstichting, helpen in de zomer van 2010 bij de restauratie van het huis. In 2011, is het studiecentrum klaar en open voor iedere vlinderliefhebber. U vindt het gehucht, Aineto, opzij van de weg langs de Guarga tussen Boltaña en Lanave bij Sabiñanigo: Enrique Murria-Beltrán, C/Félix Rodriguez de la Fuente, n. 1, 22623 Aineto (Huesca), Spanje, entomomurria@hotmail.com </p>
<h2><strong>Terug naar het micro-reservaat bij het Biologisch Station Monte Perdido</strong></h2>
<p>Steeds meer kom ik erachter welke waardevolle natuuronderzoekers Spanje kent: de weg waaraan Enrique woont is genoemd naar een wel heel bekende natuuronderzoeker, publicist en maker van documentaires, Félix Rodríguez de la Fuente, die in 1980 is omgekomen toen het vliegtuigje waarmee hij in Alaska opnamen maakte, verongelukte. Zijn dochter Odile zet zich nu bijzonder actief in voor natuurbescherming. Dit brengt mij met en sierlijke boog terug tot het belangrijkste onderwerp van dit artikel: het Biologisch Station Monte Perdido in de Pyreneeën met haar directe omgeving waar het micro-reservaat voor het Tijmblauwtje wordt ingericht. Het verband zit zo: Odile is lid van de wetenschappelijke adviesraad van de FCQ, de spaanse stichting voor de bescherming van de Lammergier &#8211; mijn favoriete vogel – die het beheer voert van het biologisch station waar het micro-reservaat is. Het biologisch station is gevestigd in een gerestaureerd huis in Revilla (ook in de provincie Huesca in Spanje, niet ver van Aineto) waaraan ik geld heb gedoneerd via de nederlandse stichting LGF en waarvan ik dankzij voorwaarden bij de schenkingsakte, een bescheiden eigen gedeelte mag gebruiken. Ik kan het u aanraden: doneer, bij leven, notarieel aan een goed doel en je kan, bij leven, nauw betrokken raken bij de activiteiten die je steunt. En zeker in deze tijd slaan de bezuinigingen ook in Spanje toe: de regering Aragon zal in 2012 de subsidie aan de spaanse Lammergierstichting de FCQ, halveren! De FCQ zoekt nu ook in Nederland sponsors, want de Europese Unie heeft de deur voor rechtstreekse sponsoring van buitenlandse stichtingen recentelijk open gezet..</p>
<h2><strong>Habitat</strong></h2>
<p>Het biologisch station in Revilla ligt op 1200 meter en is er ten behoeve van de Lammergier en vooral zijn habitat. Professionele natuurbeschermers komen er samen; cursussen natuurbescherming en biodiversiteit worden er gegeven vanuit de universiteit van Zaragoza; het is inmiddels een van de vogelringstations van Spanje geworden, het enige in de Pyreneeën; het is de uitvalsbasis voor de werkers van de FCQ voor de Lammergier in de bergen; en nu is er in de bergwei bij het huis een begin gemaakt met de inrichting van een micro-reservaat voor het Tijmblauwtje.</p>
<p><strong>Wat heeft het Tijmblauwtje met de Lammergier gemeen?</strong><br />
Het Tijmblauwtje hoort bij de habitat van de Lammergier. Ik zal proberen uit te leggen hoe nauw de band is tussen deze twee, of liever hoe groot hun gemeenschappelijk belang is bij de extensieve veehouderij in de Pyreneeën. U weet dat uit bezorgdheid over de verspreiding van veeziekten het in Europa verboden is de karkassen van vee op stortplaatsen in de open lucht te dumpen. In Spanje zijn de talrijke “muladares” buiten de dorpen gesloten. De Europese regels zijn inmiddels weer soepeler maar toch, voor de Lammergieren en andere aaseters is er nog steeds een tekort. Dat komt ook omdat er steeds minder kudden schapen en koeien in de bergen zijn, want het is steeds moeilijker extensieve veehouders te vinden. Langzamerhand dringt het besef door dat die kudden nodig zijn voor het behoud van de natuur in de Pyreneeën, die al duizenden jaren door die kudden in balans is. Ik ben in verband met het Tijmblauwtje op de term plagio-climax gestuit: het vee houdt de bebossing tegen, stopt het natuurlijke proces, ook op de weiden die lager liggen dan de alpiene weiden, zoals in Revilla. Het vee zorgt dat daar in de lente, voordat ze hogerop naar de alpiene weiden gaan, het gras kort genoeg blijft voor de mieren die belangrijk zijn voor het Tijmblauwtje. Als het gras in de lente hoger dan 5 cm zou worden, bereikt de zonnewarmte het mierennest niet en verdwijnen of sterven de mieren, samen met de rupsen en poppen van het Tijmblauwtje waaraan zij die winter onderdak hebben verleend.</p>
<h2><strong>Rol van de schaapherder en weide-eigenaren</strong></h2>
<p>De naaste buurman van het biologisch station -zo&#8217;n 200 meter lager- is Feliciano Sésé, extensief schapenhouder en fokker van oude, autochtone, schapen- en geitenrassen. Zijn kuddes grazen in de lente op de weitjes bij Revilla. Hij is dan ook de sleutelfiguur voor het micro-reservaat. De vlinderstichting Zerynthia en de spaanse beheerder van het biologisch station, de FCQ, hebben een sponsor gevonden (Ambar Green, een alcoholvrij bier) om een begin te maken met het micro-reservaat: er is nu een smal plankenpad gemaakt, met twee reeksen houten treden, een voor omhoog en een voor omlaag, over de sterk hellende wei naast het huis; en er staat een informatie-bord over het Tijmblauwtje. De bedoeling is, zo vertelt Enrique, om de grotere helling beneden het huis, er bij te betrekken, ook met informatie en een smal zigzag pad. Die wei is gedeeltelijk dichtgegroeid met vlier, buxus, bramen en brandnetels. Vrijwilligers (weer Zerynthia) zullen dat gedeelte weer vrij maken voor het vee, de mieren en de vlinders, mits de eigenaren, de erfgenamen van de dorpsbewoners, die al veertig jaar geleden het dorp verlaten hebben, ermee instemmen. Een andere wei, eerst van de kerk, inmiddels van de gemeente, bij de ingang van het dorp, lijkt ook gunstig. Er is een student voor zijn doctoraal geologie bezig geweest de plekken vast te leggen waar het Tijmblauwtje werd gesignaleerd en er een geologische identiteit aan te geven. Hij heeft daartoe de Oregano planten gemarkeerd waarop de eitjes werden afgezet. Een botanicus zal een inventarisatie maken van de flora in de betreffende bergweiden en hun omgeving. Enrique Murria heeft een inventarisatie gemaakt van de dagvlinders van Revilla en heeft de vangst in 2010 aan nachtvlinders en micro&#8217;s onderzocht en gecatalogiseerd, om toe te voegen aan de lijst die hij al van Revilla 2009 heeft. Het zijn meer dan honderd nieuwe vangsten. Het is een rijk gebied, zegt hij. De lijsten kan ik u toesturen.</p>
<h2><strong>De beschermende nabijheid van het Nationaal Park</strong></h2>
<p>Met alle nieuwe gegevens proberen wij ons in te zetten voor de bescherming van deze weiden . De grens van het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido is er niet ver vandaan en er zijn al vergevorderde plannen om de grens uit te breiden zodat Revilla binnen het Park komt te liggen. Betere bescherming tegen inbreuk van toerisme, wegen- en huizenbouw is in Spanje niet te vinden. Het allerbeste zou zijn als de nog vage plannen van samenvoeging van de franse en de spaanse Nationale Parken tot een Europees beheerd Internationaal Pyreneeën park een feit zou worden. De spaanse economische malaise rukt en trekt intussen aan de randen van het park.<br />
In Catalonië, bij het dorpje Aneto, wordt voor inkomsten uit de toeristenindustrie, een golfterrein gepland juist in het gebied waar zich de enige populatie Lycaena helle in Spanje bevindt. Dit gebied ligt in een &#8216;parque natural&#8217; en valt veel gemakkelijker ten prooi aan de commercie dan een gebied in een nationaal park. De beschermde status van de vlinder is dus op zichzelf niet genoeg.</p>
<p>Maar ook nationale parken slaan de plank weleens mis. Enrique vertelt mij over het Nationaal Park Ordesa waaruit bij de oprichting -dat moet dan zo&#8217;n ruim tachtig jaar geleden zijn geweest- alle kudden schapen en koeien verwijderd zijn. Nu komt men tot het inzicht dat extensieve begrazing nodig is voor het behoud van biodiversiteit, ook binnen het Park. In de tijd van het jaar dat ik er was, juli, zag ik hoe de nog open stukken van het Park en omgeving gekoloniseerd worden door een soort stekelbrem dat in stevige bollen</p>
<div id="attachment_224" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><a href="http://i0.wp.com/lammergierfonds.org/files/2011/05/800px-Echinospartum_horridum_1.jpg"><img class="size-medium wp-image-224 " src="http://i1.wp.com/lammergierfonds.org/files/2011/05/800px-Echinospartum_horridum_1.jpg?resize=300%2C225" alt="" data-recalc-dims="1" /></a><p class="wp-caption-text">Echinospartum horridum</p></div>
<p>groeit, die felgeel oplichten tegen de donkergroengrijze hellingen: Erizón, “egelbrem”, Echinospartum horridum (Vahl) Rothm. Het vormt een barrière tegen erosie, maar verschijnt ook op plaatsen waar geen gevaar voor erosie bestaat en is daar niet uit te roeien. Het verdwijnt alleen daar waar de hoeven van het vee de jonge plantjes gestaag vertrappen; anders treedt er bebossing op doordat boompjes tussen de Erizón kunnen ontspruiten en op den duur dichte bossen vormen. Voor biodiversiteit een slechte zaak. Gelukkig zijn er nu weer kudden in het Park, zij het nog wel als proef.</p>
<p>&#8211;</p>
<p>In kort bestek heb ik u veel willen vertellen. Daarbij ging ik er vanuit dat u al iets weet over dag- en nachtvlinders, over micro&#8217;s, over aaseters zoals Lammergieren, over planten zoals Oregano en Erizón, over Europese regelgeving, over extensieve veehouderij, over blauwtjes en mieren, en over het rijke vlinderland Spanje. Het vogelkijken zit mij langer in het bloed dan het vlinderkijken, maar in Spanje raakte ik geboeid door vlinders. Graag praat ik met spaanse vrienden over vogels, en dus tegenwoordig ook over vlinders. Het lukt mij alleen als ik de wetenschappelijke namen weet. Ik ondekte dat de tweede naam, de soortnaam, daarbij belangrijker is dan de geslachtsnaam. Ik praat dan bijvoorbeeld over het verschil tussen de … lycaon en de …. lupinus. In dit artikel heb ik u dus mogen vertellen over de … arion, de … barbatus én de … sapiens bucolicus met zijn kudden.</p>
<p><strong>Elisabeth Portheine</strong><br />
<strong>LammerGierFonds LGF</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://lammergierfonds.org/2011/05/15/biodiversiteit-blauwtjes-baardgieren-en-boeren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
	<georss:point>42.599084872411 0.14682412147522</georss:point><geo:lat>42.599084872411</geo:lat><geo:long>0.14682412147522</geo:long>	</item>
		<item>
		<title>Nieuwe vorderingen bij het populatie herstel van de Lammergier</title>
		<link>http://lammergierfonds.org/2008/03/28/nieuwe-vorderingen-bij-het-populatie-herstel-van-de-lammergier/</link>
		<comments>http://lammergierfonds.org/2008/03/28/nieuwe-vorderingen-bij-het-populatie-herstel-van-de-lammergier/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 Mar 2008 17:50:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elisabeth Portheine</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aragón]]></category>
		<category><![CDATA[Biologisch Station Monte Perdido]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[reïntroductie]]></category>
		<category><![CDATA[reproductie]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit van Zaragossa]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://lammergierfonds.org/?p=299</guid>
		<description><![CDATA[Eerste grootbrengen van Lammergieren in het veld, geïsoleerd van mensen; een techniek die gebruikt zal worden bij de reïntroductie van deze vogels in de Picos de Europa. Afgelopen 26 maart 2008 hebben de regering Aragon en de FCQ in een persconferentie een presentatie gegeven van een compleet nieuwe beschermingsactie die plaatsvindt in het NP Ordesa [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2008/03/214449d37a3.jpg"><img src="http://i0.wp.com/lammergierfonds.org/files/2008/03/214449d37a3.jpg?resize=300%2C199" alt="Lammergier pop en jong op natuurgetrouw nest | F. Marquez" class="alignleft size-medium wp-image-200" data-recalc-dims="1" /></a> <strong>Eerste grootbrengen van Lammergieren in het veld, geïsoleerd van mensen; een techniek die gebruikt zal worden bij de reïntroductie van deze vogels in de Picos de Europa.</strong><span id="more-299"></span></p>
<p><!--:--><!--:nl--></p>
<p>Afgelopen 26 maart 2008 hebben de regering Aragon en de FCQ in een persconferentie een presentatie gegeven van een compleet nieuwe beschermingsactie die plaatsvindt in het NP Ordesa y Monte Perdido.  Hierbij wordt een techniek ontwikkeld waarmee men hoopt voor de eerste keer in de wereld een Lammergier die in gevangenschap is geboren, los te laten door middel van een programma waarbij het jong wordt grootgebracht geïsoleerd van mensen, gebaseerd op door natuurlijke inprenting geïnduceerd gedrag.Dit is dezelfde techniek die gebruikt zal worden bij exemplaren die in de nabije toekomst losgelaten worden in de Picos de Europa. De regering van Aragon en de FCQ zijn al jaren aan het werk, in het kader van het Plan van Herstel van de Lammergier in Aragon, met het beheer van de Pyreneese populatie teneinde het demografisch rendement ervan te verbeteren, door middel van het wegnemen van eieren afkomstig van nesten die een hoog risico van mislukking van reproductie lopen (tenminste 6 jaar zonder succes) en terugbrengen in de natuurlijke omgeving.</p>
<p><a href="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2009/03/img_326_gr.jpg"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-100" src="http://i0.wp.com/lammergierfonds.org/files/2009/03/img_326_gr.jpg?resize=150%2C150" alt="" data-recalc-dims="1" /></a> Na het wegnemen van 2 eieren in januari in samenwerking met de GREIM van de Politie, werd vervolgens het gecontroleerde uitbroeden in gezet, waarbij dezelfde procedure werd gevolgd als al eerder met succes gebruikt in 4 gevallen in Aragon; resultaat was de geboorte van de jongen op 27 februari en 11 maart. Het tweede jong werd geboren met een infectie die al in het ei was ontwikkeld en die zijn dood binnen enkele dagen tot gevolg had, hetgeen wordt onderzocht om de sleutel te vinden tot het herhaalde mislukken van de reproductie in het nest waar het uit voorkwam. In de volgende twee weken voltrok zich een compleet nieuw procedure, want in de 4 voorgaande gevallen werden de jongen grootgebracht in europese broedcentra door middel van verzorgers waarbij de hulp van vogels in gevangenschap werd ingeroepen om te fungeren als verzorgers, terwijl in dít geval het grootbrengen gebeurt door middel van een sterk op de natuurlijke ouder gelijkende pop, en in de natuurlijke omgeving voor deze soort, in de Pyreneeën. Dit bespoedigt enorm het leerproces hoe te gedragen dankzij het feit dat het jong voortdurend blootgesteld wordt aan de habitat en het gedrag van zijn soort in vrijheid.</p>
<p><a href="http://i1.wp.com/lammergierfonds.org/files/2008/03/214733a3e71.jpg"><img src="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2008/03/214733a3e71.jpg?resize=150%2C150" alt="Constructie en plaatsen van het platform in N.P.Ordesa y Monte Perdido" class="alignleft size-thumbnail wp-image-202" data-recalc-dims="1" /></a> Deze techniek van grootbrengen in het veld geïsoleerd van mensen zoals nu voor het eerst ontwikkeld voor Lammergieren, is al in gebruik met succes bij ecologisch vergelijkbare soorten zoals de Californische Condor en de Condor van de Andes. Deskundigen van het programma voor het grootbrengen van de Andes Condor van de Stichting Bioandina in Argentinië namen deel aan de ontwikkeling van deze procedure, evenals de Diergeneeskundige Faculteit van de Universiteit van Zaragossa. Om deze nieuwe techniek van bescherming ter plekke toe te passen is er een platform gebouwd voor het proces van grootbrengen en leren, aan de rand van een terrein waar bijgevoed wordt in het NP Ordesa y Monte Perdido.</p>
<p><a href="http://i2.wp.com/lammergierfonds.org/files/2008/03/2141161dc0b.jpg"><img src="http://i1.wp.com/lammergierfonds.org/files/2008/03/2141161dc0b.jpg?resize=300%2C199" alt="Platform met kunstnest met warmteregeling in N.P.Ordesa y Monte Perdido" class="alignleft size-medium wp-image-203" data-recalc-dims="1" /></a> Dit platform van zes vierkante meter op een hoogte van 1500 meter in de bergen, heeft een kunstnest met warmteregeling aan een kant waarvan het jong de zorg van de pop krijgt en aan de andere kant waarvan het jong direct zicht heeft op de grootste concentratie Lammergieren in Europa, waar tientallen Lammergieren aangetrokken door de aanvullende voedselbevoorradingen vlakbij het platfom, de beste blootstelling leveren van het jong aan de dieren in het wild, waarvan hij het gedrag leert dat nodig is om in vrijheid te overleven. Als er 80 dagen voorbij zijn zal het jong van het nest overgaan naar een kooi op hetzelfde platform gesitueerd, alwaar zijn groei- en leertijd zal eindigen op het moment dat hij zijn eerste vlucht neemt, ongeveer 120 dagen na zijn geboorte.</p>
<p>Dit  is de techniek die gebruikt  zal worden om de Lammergieren groot te brengen die gereïntroduceerd worden in de Picos de Europa, met dit verschil dat ze van de Pyreneeën naar de Picos overgebracht zullen worden twee weken vóór hun eerste vlucht, opdat ze kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving  voordat ze het nest verlaten. Meer informatie, beelden en video op  de website van de regering Aragon.</p>
<p><a href="http://portal.aragon.es/cocoon/xpfpub/get-page-ga-internet?tcont_id=384084&amp;c_id=1311464&amp;regi_id=383851">http://portal.aragon.es/cocoon/xpfpub/get-page-ga-internet?tcont_id=384084&amp;c_id=1311464&amp;regi_id=383851</a></p>
<p>Vertaling van het Spaanse nieuwsbericht op<a href="http://www.quebrantahuesos.org/htm/es/noticias/control?zone=pub&amp;sec=not&amp;pag=ver&amp;id=325&amp;loc=es"> Quebrantahuesos.org</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://lammergierfonds.org/2008/03/28/nieuwe-vorderingen-bij-het-populatie-herstel-van-de-lammergier/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>LGF start website</title>
		<link>http://lammergierfonds.org/2007/05/01/lgf-start-website/</link>
		<comments>http://lammergierfonds.org/2007/05/01/lgf-start-website/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 May 2007 16:16:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elisabeth Portheine</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.lammergierfonds.org/?p=17</guid>
		<description><![CDATA[De website van het LGF is gestart. In de komende maanden zal de hoeveelheid informatie en functionaliteit worden uitgebouwd. Ook het uiterlijk zal nog worden aangepast. Tot die tijd is het nog zuiver een informatieve website met voornamelijk artikelen en vertalingen van Spaanse nieuwsberichten.]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>De website van het LGF is gestart. In de komende maanden zal de  hoeveelheid informatie en functionaliteit worden uitgebouwd. Ook het uiterlijk zal nog worden aangepast.</p>
<p>Tot die tijd is het nog zuiver een informatieve website met voornamelijk artikelen en vertalingen van Spaanse nieuwsberichten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://lammergierfonds.org/2007/05/01/lgf-start-website/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
